Jason Schreiers sausloze YouTube-video’s zijn het tegengif voor game-discours
Te veel Asmongolds, te weinig Schreiers
De online wereld wemelt van de ongure figuren die ophef uitmelken voor aandacht. Het discours rondom games, nota bene een voorloper op de bredere ragebait-economie, is daar voorbeeldig in. Gelukkig maakt deze derde golf van Gamergate ook plaats voor een nieuw tegenwicht: Jason Schreier opent met zijn sausloze gamejournalistiek een offensief op het huidige game-discours.
Het internet is verrot. Wat we ooit zagen als dé technologie om mensen dichter bijeen te brengen, is nu een vehikel voor laster en polarisatie. We voeden elkaar ophef en algoritmes, excuseer mijn straattaal, chappen mee. Elke boze respons of sarcastische sneer geeft ze voeding. Nijd leidt immers tot meer engagement – en meer engagement is meer geld. Onderaan de streep is onze woede een verdienmodel van menig ‘sociaal’ medium geworden.

Niet dat Jason Schreier zich daar vuil aan maakt. In tegendeel. De gamejournalist staat, samen met een handvol andere makers, lijnrecht tegenover een groep schreeuwlelijkerds die de sfeer online bepaalt. Om te begrijpen hoe zij de vibe verzieken, moeten we eerst wat dieper in het slagveld duiken.
Het internet à la Gamergate
Vandaag de dag draaien sommige gamers gretig mee in de cultuuroorlogkoorts. Ze verdienen eraan. Op YouTube, Twitter en Twitch wemelt het van de opgefokte figuren die de machine voeden met ragebait, in ruil voor oogballen en royalties op de advertenties die ze serveren aan diezelfde oogballen. Zelfs op Steam doen Boze Gamers verwoede pogingen dit gedachtegoed te verspreiden; we schreven er recentelijk over.
Deze ophefinitiatieven werken in grote lijnen volgens het draaiboek van Gamergate, een van de eerste grootschalige hetzes op sociale media. Hoe gamers elkaar toen ophitsten om efficiënt niets, bleek een blauwdruk voor hoe het bredere internet nu opereert. Eindeloze “het product is geflopt omdat woke”-tweets en uren aan videocommentaar à la “deze ene vrouw verpest mijn hobby”: met dezelfde kortzichtige takes verdien je vandaag de dag een boterham. Of je het er nu mee eens bent of juist niet, de algoritmes smullen van alle extra ophef die uit de content voortvloeit.

Een oplossing is om de hele bende te negeren. Niet klikken, niet kijken, klep dicht. Jezelf strategisch verblinden haalt het discours niet weg, maar zo draai je tenminste niet mee in de ophefmachine. Zelf zie ik meer heil in een soort tegengif: een nieuwe stroom content, vrij van het huidige discours en diens kaders. Dat is ook content om online te bespreken, maar dan met inhoud en duiding op de plek van louter drama.
Content zonder saus
Enter Jason Schreier, gamejournalist bij onder andere Kotaku sinds 2011 en Bloomberg sinds 2020. Schreier brak belangrijk nieuws en schreef drie boeken over het heil en onheil van gameontwikkeling. Boze Gamers zijn idealistisch gezien geen fan van Schreier – hij uit zich niet expliciet anti-woke – maar tegelijkertijd kunnen ze niet om zijn werk heen als ze mee willen praten over hun hobby. Des te interessanter dat Schreier nu zelf dieper in het zadel van content creator duikt. Sinds een maand of vier bespreekt Schreier zijn journalistieke werk op een eigen YouTube-kanaal.
Schreiers video’s zijn verfrissend basaal. Als een boekhouder zit Schreier aan een bureau; zijn thuiskantoor oogt knus, maar geheel sausloosJason, alsjeblieft: koop een plant.. Voor hem staat een oude zangmicrofoon opgesteld achter een losse popfilter – precies niet wat de creatortrends al een decennium voorschrijven. We zien Schreier door de sensor van een 2012-era webcam, meestal weinig charmant geframed en onderbelicht. De productiewaarde is nihil, maar dat alles doet geen afbreuk aan Schreiers verhalen.
Als kersverse YouTuber pompt Schreier stevig door. Om de zoveel dagen publiceert hij een nieuwe video. Met saaie thumbnails en to-the-point titels harkte zijn content in een paar maanden ruim twaalf miljoen kijkers binnen: niet het minste offensief.
De waarheid versus de cultuuroorlog
Per video bespreekt Schreier één duidelijk onderwerp, vaak als een soort videokopie van zijn meest recente stuk voor Bloomberg. Er komt geen flitsende introductie of ellenlange sponsordeal aan te pas: Schreier zit daar puur om zijn verhaal aan de man te brengen. Dat doet hij vlotter dan je van een boekhouderstype verwacht. In één take praat Schreier gemakkelijk een half uur aan gedegen journalistiek bij elkaar.
In zijn verhalen is voldoende ruimte voor context of een opiniërend zijweggetje, maar het draait bij Schreier duidelijk om nieuwsfeiten, het liefst direct van de bron. Je weet wel, zoals een journalist betaamt. En als gevleugelde journalist heeft Schreier veel te vertellen.
Schreier geeft unieke inkijkjes op de ontwikkeling van Big Walk, hij duidt waarom PlayStation afstand doet van fysieke media en wat er mis kan gaan met live-service games. Zijn journalistiek snijdt bijtijds zaken aan waar Boze Gamers ook discours over hooghouden, maar laten we wel wezen: Schreier leeft tenminste in de realiteit. Hij baseert zijn verhalen op aantoonbare feiten en heeft de waarheid hoger zitten dan een culture war. In tegenstelling tot Boze Gamers viert Schreier niet dat honderden mensen zijn ontslagen ”omdat hun games te woke waren”; hij ontleedt hoe slechte bedrijfsstrategieën tot grootschalig verlies van banen en studio’s leiden.
In tegenstelling tot Boze Gamers viert Schreier niet dat honderden mensen zijn ontslagen ”omdat hun games te woke waren”; hij ontleedt hoe slechte bedrijfsstrategieën tot grootschalig verlies van banen en studio’s leiden.
Het is niet dat Schreier geheel wegstuurt van negativiteit – afzien hoort bij waarheidsvinding – maar de content gaat daadwerkelijk ergens over. Schreier bespreekt echte gebeurtenissen, met bronvermelding en onderbouwing. Dat zijn bijtijds zaken waar alsnog boosheid of verdriet bij komt kijken, maar dan wel gegrond. Zouden we ons vaker uitspreken over erbarmelijke omstandigheden bij uitgevers en minder over hoe de haarkleur van een protagoniste “propaganda door je strot duwt”, dan zou het internet er in ieder geval een slag leuker op worden.
It’s not enough
Schreier is daarin niet de enige. Wie goed zoekt, vindt een handvol andere creators die minder problematische content blijven maken, zonder zich te verkijken op cultuuroorlogen en ragebait. Er bestaan YouTubers en online opiniemakers die het daadwerkelijk nog for the love of the game doen.
NoClip produceert wereldse documentaires over gameontwikkeling, Gamers Nexus houdt techjournalistiek vlijmscherp en Any Austin duikt hilarisch diep in de logica van gamewerelden. Maar, in de woorden van een wijs man met een Pulitzer: it’s not enough.
Des te beter om langzaamaan meer bijval voor het nieuwe content-offensief te zien. Alyssa Mercante, toevallig ook bekend van een loopbaan bij Kotaku en nota bene zelf een doelwit in lastercampagnes van Boze Gamers, keerde recentelijk terug naar YouTube. Ze schrijft een boek over de inmenging van ragebait binnen de gamesferen en vertelt daar de komende tijd vaker over via videoplatformen. Meer van dat soort verhalen zouden onze algoritmes denkelijk goed doen.
Juist nu het internet in rap tempo toxischer lijkt te worden, hebben we meer stemmen in de realiteit nodig. Makers die nieuws duiden en diepgang kunnen bieden over kunst en technologie, het liefst buiten het raamwerk van ophefmachines. De cultuuroorlog win je namelijk niet door het gevecht direct aan te gaan, maar door ons gezamenlijke vizier weer op de belangrijke zaken scherp te stellen.


