Zo proberen wij big tech te lozen
Je favoriete apps, maar dan lekker lokaal
Tijdens de eerste meeting van Stichting Vierkante Ogen werden er plannen gemaakt om het met alt. anders te gaan doen. “Big tech is kut” werd er geroepen — en dat gevoel is blijven plakken. We zijn veel te afhankelijk geworden van de grote techreuzen uit Silicon Valley en daar willen we vanaf. Maar we zijn ons ook bewust dat dit niet vanzelf gaat: die verandering moeten we zelf in gang zetten en zal niet in één keer lukken. Dit is hoe we bij alt. en Vierkante Ogen de grote techpartijen achter ons proberen te laten.
Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen: we zijn nog niet van ze af. Terwijl ik dit artikel aan het pennen ben, maak ik gebruik van een Windows-machine en zet ik mijn gedachten neer in Notion. Dat kan natuurlijk anders, maar zoals we al aangaven, gaan we stap voor stap. In dit artikel neem ik je als technische lead mee door de stappen die we nemen om van de grote platformen af te komen.
Een eigen server, een plek onder de zon
Je kan momenteel geen nieuwsblad meer openslaan, of het gaat over digitale soevereiniteit. Dat wil zeggen: ook digitaal onafhankelijk zijn van Trump of Xi. Je huidige Amerikaanse of Chinese apps vervangen door iets wat je zelf in beheer hebt. Maar ook apps waar een ander niet zonder jouw toestemming zomaar bij kan. Het idee is mooi, maar vereist wel een belangrijk component: een server om die data en apps op te zetten, want anders ben je alsnog afhankelijk van andere partijen die al dan wel of niet bij je informatie kunnen.
In ons geval hebben we zelf een machine in elkaar geknutseld, maar tegenwoordig kan je ook prima kant-en-klare mini-pc’s kopen waarop je een eigen server kan draaien. Dit hoeft ook niet het nieuwste van het nieuwste te zijn wat betreft het materiaal. Zo draaien wij een keurige i7 7700K uit 2017, welke nog prima dienstdoet.
Dat vul je aan met wat werkgeheugen en een flinke zwik aan opslag. Idealiter heb je beide nog liggen, aagezien de prijzen voor deze onderdelen inmiddels door het dak gaan. Schroom echter niet om klein te beginnen: als je nu maar acht gigabyte aan werkgeheugen voor handen hebt, kun je daar nog prima mee uit de voeten en later uitbreiden naar zestien of tweeëndertig gigatbyte.
Die opslag wil je daarbij altijd in een vorm van redundancy hebben draaien. Dat wil zeggen: niet alles op één schijf, maar altijd gedupliceerd op een tweede of meerdere schijven (beter bekend als RAID). Zo voorkom je dat als één schijf kapot gaat, je meteen alle data kwijt bent.
De eeuwige strijd tussen open en closed source software
Hardware op zichzelf is natuurlijk leuk, maar er moet ook software op draaien om die schijven aan te sturen. In ons geval was de meest praktische en kostenefficiënte oplossing het op Linux-gebaseerde TrueNAS Scale. Een volgroeid softwarepakket dat gebruikt wordt om servers te beheren en dankzij een prettige gebruikersinterface ook vrij vlot in de vingers is te krijgen.
Hoewel deze software nog open source was toen we aan dit project begonnen, zijn daar wat veranderingen in gekomen. Dit levert natuurlijk weer rumoer op in de online communities, dus hierover lijkt het laatste woord nog niet gesproken. Voor nu blijven we de software dan ook gewoon gebruiken, terwijl we de ontwikkelingen in de gaten houden.
Je merkt al: wie zich van big tech wil verlossen, zal al snel in de wereld van open-sourcesoftware terechtkomen. Hier gaat het hart van menig tech-enthousiasteling sneller van kloppen, omdat dit wil zeggen dat alle code en informatie rondom een stuk software voor iedereen vrij in te zien is.
Een simpel voorbeeldje: de broncode van Linux is vrij in te zien in Github, waardoor je iedere regel code zelf kan inspecteren of aanpassen. Dat maakt het open-sourcesoftware. Dit in tegenstelling tot Windows, wat closed source is. Als je die broncode op Github probeert te zetten, dan komen de Microsoft-ninjas je halen.
Een bijkomend voordeel van open-sourcesoftware is dat het in veel gevallen gratis beschikbaar is, mits je de apparatuur hebt om de software op te draaien. Meer en meer open-sourcediensten bieden dan ook betaalde cloudinstallaties aan voor wanneer je zelf de spullen er niet voor hebt. Dat gaat gelukkig voor ons niet op en dus kunnen we een aantal big tech applicaties vervangen met onze eigen lokale alternatieven.


Bye, bye, Google
Voor veel bedrijven zal het een radicale stap zijn: Google of Microsoft en hun clouddiensten de deur wijzen. Helemaal wanneer je sinds jaar en dag gebruikt maakt van diensten als Gmail, OneDrive of Office 365, is het vervangen van zo’n dienst een uitdaging op zichzelf. Gelukkig hadden wij die uitdaging niet en dus was het voor ons een stuk makkelijker om een stap in de open source richting te nemen.
De meest logische keuze hiervoor is NextCloud. Dit is een Europees open-sourcepakket wat veel van Microsofts en Google’s cloud-diensten een op een wil vervangen. Een paar installatiescripts en een volle dag prullen verder – en wij hebben een volledige installatie met email, documenten, kalenders en opslag op onze eigen cloud draaien. Zo kunnen we gemakkelijk documenten delen, emails verzenden en afspraken met elkaar inplannen.
Het plan is om uiteindelijk ook de chat- en videobeldiensten van NextCloud in gebruik te gaan nemen, maar we zijn er tijdens het testen wel achtergekomen dat dit minder makkelijk gaat dan verwacht. Instabiliteit tijdens het bellen, overbezette dataverbindingen en extra applicaties die om doe hoek kwamen kijken houden dit voor nu nog tegen. Dit vat ook het hele ‘zelf apps draaien’ wel samen: je moet niet bang zijn om je handen vies te maken en door de tal van internetfora te dwalen. Wie puur gebruiksgemak zoekt, moet accepteren dat of je data wordt opgeslokt of je de portemonee moet trekken.

Lang leven het open web
Niet alleen onze software proberen we zo lokaal en open source mogelijk te houden, ook de website waar je dit op leest, is zo gebouwd. Zo maken we gebruik van WordPress als contentmanagementsysteem, al jarenlang een van de meest gebruikte en open source webprojecten beschikbaar.
Om daar ons kekke design overheen te leggen, maken we gebruik van Timber. Ook dat is weer een open source framework, maar dit keer voor WordPress-thema’s. Timber maakt een vertaalslag tussen WordPress en Twig, een open source template-taal voor PHP. Technisch verhaal kort: hiermee scheiden we onze vormgeving van de data en logica. Zo kunnen we dus makkelijker de HTML en CSS schrijven, zonder ons druk te maken om de technische impact van de PHP waar WordPress voornamelijk op rust. Dat leeft namelijk in losse bestanden en zo zitten ze elkaar dus niet in de weg.
Zo kunnen we dus lekker stukjes tikken en publiceren, al willen we natuurlijk ook weten hoe deze gelezen worden en waar wel of niet op geklikt wordt . Wat die analytics betreft hebben we gelukkig afscheid kunnen nemen van Google of andere dure alternatieven. Hier passen we namelijk Umami toe, wat erg lekkere open-sourcesoftware is om gemakkelijk in te kunnen zien hoe onze artikelen bezocht en waar we zelf wijze lessen uit kunnen trekken.


We zijn er zeker nog niet
Natuurlijk moeten we erkennen dat het nog lang niet mogelijk is om big tech in alles te lozen. Zo maken we zoals eerder aangegeven nog gebruik van Notion om onze interne wiki te beheren. Die dienst zijn we liever kwijt dan rijk, vanwege hun AI-hitsigheid en prijzige abonnementsstructuur. Maar goed, NextCloud schiet in die functies nog enorm te kort.
Datzelfde gaat voor onze social media diensten. Natuurlijk zijn we te volgen op Bluesky, waar we onze artikelen promoten, maar we zijn ook nog te vinden op Instagram. We zouden niets liever willen dan die dienst (en diens CEO) defenestreren, maar de simpele realiteit is dat veel van jullie en andere potentiële lezers en luisteraars daar te vinden zijn. Willen we blijven voortbestaan, dan moeten we van die diensten gebruik maken om een nieuw publiek te bereiken om te attenderen op ons bestaan. Meer daarover lees je in ons social media statement.
Om nog maar te zwijgen over Discord, de hedendaagse Icarus van de communicatieplatformen. Vol potentie, maar groeide te snel, wilde te veel en lijkt nu steeds dichter naar de zon te vliegen. Dus weten we in onze onderbuik dat we niet voor eeuwig op dit platform kunnen blijven, maar een alternatief hebben we niet.
Of beter gezegd: nog niet, want mogelijke alternatieven steken dagelijks de kop op maar nog geen waar we ons vertrouwen in kunnen leggen. Zo zijn er de directe alternatieven als Fluxer, Spacebar en Stoat, maar deze komen pas net van de grond en zitten nog onder de kinderziektes. Daarnaast zijn er vergelijkbare diensten zoals het vernieuwde Teamspeak, het open source Mumble of nieuwkomer Movin maar die voldoen allemaal weer niet helemaal aan onze wensen. Misschien dat het toch maar weer gewoon tijd wordt voor een ouderwets forum.
Je leest het: de eerste meters zijn gemaakt, maar de weg is nog lang. Desondanks proberen we voorop te lopen op dit pad, weg van de grijpgrage Sillicon Valley-vingertjes, die onze data liefst als ruw materiaal zien om hun AI-modellen op te trainen en onze persoonlijke data weer verder doorverkopen.
Geloof jij ook in onze missie? Dan willen we je om hulp vragen. Hoewel je dit artikel gratis hebt kunnen lezen, kost het maken van dit soort stukken ons tijd en geld. Draag bij aan onze missie en maak nieuwe artikelen mogelijk, waarmee we het internet weer wat leuker maken. Stukje bij beetje.
