Wat is een écht Apple-museum?
Een apple voor de dorst
Het enige échte Apple-museum; zo willen de oprichters graag dat hun museum in Utrecht bekend komt te staan. Hoe ziet zo’n écht museum er eigenlijk uit? We gingen langs bij de opening en op reis door een halve eeuw aan computergeschiedenis, waarin de persoonlijkheidscultus rond Steve Jobs uiteraard niet mocht ontbreken.
The Wall in Utrecht wil eigenlijk dat je met de auto komt. Dat is meteen duidelijk als je langs het vierde parkeerdek fietst dat dit achthonderd meter lange winkelcentrum langs de A2 rijk is. Er is uiteraard ook ruimte om je fiets te parkeren, maar om bij het Apple Museum te komen moet je daarna wel eerst over tenminste tweehonderd meter parkeerdek lopen richting de Amac, waar de ingang van het museum niet helemaal toevallig direct onder ligt.
We worden ontvangen in een zaal waar Amac-eigenaar Ed Bindels het woord neemt. Naast de pers zit de zaal vol met familie van de oprichters, vrijwilligers met Apple-truien en heel veel glimmende, gladgeschoren hoofden die uit colbertjes steken. Het is een bijzondere combinatie van mensen die wel allemaal hetzelfde lijken te willen: een écht Apple-museum in Nederland.
”We zijn applefans en applefanaten, maar geen museumbouwers”
Ed neemt iedereen nog even mee in een fotoverslag van zijn tocht naar Westerbork in Drenthe, waar hij in coronatijd een collectie kan overnemen van het vorige échte Apple Museum. Hoewel dit op de foto’s toch enigszins een gribusbende lijkt, levert het wel vrachtwagens vol Apple-computers en iPods op. En die heeft hij nodig, want hij wil in Utrecht ruim 2000 vierkante meter vullen met Apple-historie. Geen gemakkelijke opgave, bekent Ed zelf: ”We zijn applefans en applefanaten, maar geen museumbouwers”.
Minimal space
Dat ze geen museumbouwers zijn, merk je niet direct als je door de ruim opgezette tentoonstelling loopt van het Apple Museum. Je begint in een reconstructie van wat de garage moet voorstellen waarin ooit de Apple I is gemaakt. De attributen hebben weinig historische waarde, maar het kamertje is een mooi contrast met de ruimtes die daarna volgen.

- Camera
- NIKON Z 8
- Objectief
- VR 105mm f/2.8G
- Diafragma
- f/4.5
- Sluitertijd
- 1/100s
- ISO
- 1600
Want eenmaal door de klapdeuren komen we meer in de Apple-sferen van strak, minimalistisch design dat meer in lijn is met de designfilosofie die we van de Amerikaanse techgigant kennen. Een collegajournalist fluistert: “het geeft minimal spaces” en ik geef hem geen ongelijk. Dikke betonnen platen flankeren de witte kunststof muren waarbinnen expositieruimtes zijn opgetrokken. In elke kamer staat een nieuwe periode aan Apple-computers.
We maken een reis door de tijd, te beginnen bij de Apple I en II – en diens klonen, die in de beginjaren een wereldwijd fenomeen waren voordat Apple iedereen voor het gerecht sleepte. We lopen langs de Pear-computer een Apple II-kloon die veel in Nederland en België werd geproduceerd en verkocht. Van veel modellen staan meerdere computers opgesteld en zijn er meerdere werkstations waar je aan mag zitten.

- Camera
- NIKON Z 8
- Objectief
- 50mm f/1.8D
- Diafragma
- f/2.8
- Sluitertijd
- 1/125s
- ISO
- 3200
Een bezoeker kijkt enigszins teleurgesteld als hij probeert te typen op het toetsenbord van een vroege, vergeten Apple-laptop. In zijn herinnering typte dat vroeger toch lekkerder. Of dat de nostalgie is of de jaren die de hardware geen genade tonen, laten we even in het midden. Aan de vrijwilligers van het museum zal het in ieder geval niet liggen. Bij gebrek aan ondersteuning vanuit Cupertino of een erfgoedinstelling om de vele Apple-apparaten draaiende te houden, heeft de stichting waar het museum onder valt een team van vrijwilligers om zich heen verzameld, waarvan minstens de helft een soldeerbout lijkt te bezitten.
Steve Jobs leeft
‘Steve has left the building’ staat in dikke letters op de vloer gedrukt als we stellingen vol Macintosh-computers uit 1984 voorbij zijn gelopen. Jobs vertrok in 1985 bij Apple nadat de verkoopaantallen van de Macintosh tegenvielen. De aankleding wordt ook meteen een stuk grijzer en soberder en op de muur hangt een bordje dat de periode van Steve’s absentie als de grey period beschrijft Hoewel de computers misschien wat meer op saaie pc-klonen gingen lijken, is de toon ober het vertrek van Jobs nogal overdreven. Het bedrijf gewoon computers bleef maken. Dat Jobs daar invloed op had zal ik ook niet ontkennen, maar de persoonlijkheidscultus rondom figuren als Steve Jobs is altijd licht ongemakkelijk. Succesvolle bedrijven hebben dat succes zelden aan een enkel persoon te danken.
Dat bleek overigens ook al snel bij Jobs, die met zijn eigen bedrijf dat hij tussen 1985 en 1997 runde geen enkel succes behaalde. Toch wordt in het Apple Museum de wederkeer van Jobs aangemerkt met een gigantische foto op de muur en krijgt de tentoonstelling weer een optimistischere toon.
De persoonlijkheidscultus daargelaten, is dit ook voor mij het leukere onderdeel van het museum. Hier doet namelijk het eerste Apple-product dat ik ooit in handen had uitgebreid tentoongesteld: de iPod. Een leuke toevoeging is het kunnen opnemen van je eigen iPod reclame, waar het museum een eigen applicatie voor heeft ontwikkeld. Een erg leuke, interactieve toevoeging, waardoor je ook met een eigen herinnering aan het bezoek naar buiten loopt.
Dat is ook het gevoel waarmee ik over het parkeerdek terugloop naar mijn fiets. Als écht museum kunnen we het alleen nog niet helemaal serieus nemen, maar het is een leuke ervaring en een feestje van herkenning als je veel met Apple-technologie hebt gewerkt. Als je een beetje een computernerd bent of groot Apple-fan, dan is het zeker de moeite waard om een keer onder de Amac te gaan kijken.


